Preek 24 maart

Wanneer je niet zo heel aandachtig zou geluisterd hebben, waarvan ik u niet verdenk, maar mocht het toch zo zijn, dan zou je kunnen denken dat het evangelieverhaal dat we zonet hoorden vertellen een toevallig samenraapsel lijkt van een aantal nieuwtjes en een gelijkenis. Het is alsof het ene niets met het andere te maken heeft.

Er is een eerste nieuwsberichtje: er komen een aantal mensen bij Jezus om te vragen wat hij denkt over de slachting door de mannen van Pilatus van een aantal pelgrims uit Galilea in de tempel in Jeruzalem. Hun bloed vermengde zich met dat van de offerdieren. Dat was een gruwelijke gedachte voor de toenmalige jood. De Galileeërs kwamen regelmatig in opstand tegen de Romeinse overheersing en dus had Pilatus wellicht een voorbeeld willen stellen. Blind geweld, want niets laat uitschijnen dat die vrome pelgrims opstandelingen waren. Ze werden, net zoals die mensen een week geleden in Nieuw-Zeeland, koelbloedig afgemaakt omdat ze tot de verkeerde groep behoorden.

In een maatschappij waarin men er heilig van overtuigd was - en dat ook zo in de religieuze en maatschappelijke regels was vastgelegd – waar men er dus van overtuigd was dat je wel iets misdaan moest hebben om zo’n dood te moeten sterven, dat iedere ziekte of tegenslag een onmiddellijke straf was voor je fouten, kwamen de vragen vanzelf. Wat zouden ze wel misdaan hebben?

Een tweede nieuwsberichtje: er zijn een aantal mensen omgekomen onder het puin van een instortende toren. Een ongeluk zoals er spijtig genoeg nog gebeuren. En opnieuw horen we verdekt de vraag: hadden zij iets misdaan om zo’n lot te moeten ondergaan? En zij die ontsnapt zijn, waren dat dan de goeden?
Het is een kwestie die de mens al eeuwen bezighoudt: is er een hogere reden voor het lijden dat ons overkomt?
En u zal misschien denken: dat we op de een of andere manier zouden gestraft worden voor onze fouten door een hogere macht, dat is toch iets dat alleen nog in primitieve culturen geloofd wordt, waar de goden met offers moeten gunstig gestemd worden, dat denken wij gelukkig toch al lang niet meer…

Dat dat gelukkig is, dat ben ik met u eens. Ik ben er echter iets minder van overtuigd dat we nooit meer in die denkpatronen hervallen. Het lijkt alleen een stuk subtieler geworden. Denk bijvoorbeeld maar aan uitspraken als: “’t is alleen zijn eigen fout dat een werkloze geen werk vindt, er is er genoeg, hij moet maar beter zoeken” of “dat die vluchtelingen maar ginder blijven, ’t is helemaal hun eigen schuld dat ze daar elkaar vermoorden, ze hadden maar andere leiders moeten kiezen” of nog “als mensen arm blijven, is het een teken dat ze niet genoeg hun best doen”. We zien de zogenaamde straf en zoeken automatisch de bijbehorende schuld en zonde.

Op dat soort denken antwoordt Jezus resoluut: “Jullie redenering klopt niet. Er is geen verband tussen iets verkeerd doen en een straf van bovenaf.” Dat leerden we van het verhaal van Job in het Oude Testament al, maar toen ook al leerde de mens niet uit de geschiedenis. Jezus vervolgt: “als jullie dat toch blijven denken, als jullie zo’n beeld van God blijven hebben, dan zijn jullie eigenlijk omzeggens al dood, want jullie worden gekweld door angst voor vergelding, door denkbeelden die de machtigen jullie hebben ingeprent om jullie klein te houden, jullie missen de volledige essentie van het leven en zo ook alle kans op nieuw leven na het onheil dat je overkomt. Er is maar één manier om daaruit te raken: je moet jezelf bekeren!

“Bekeer u”, het hoge woord is eruit. Ik weet niet hoe het met u zit, maar als ik dat lang geleden voor het eerst hoorde, dan moest ik spontaan denken aan mannen die zich na een liederlijk leven terugtrokken in de woestijn, hun baarden lieten verwilderen, veel vastten, alleen nog mieren en sprinkhanen aten en vooral continu aan ’t bidden waren. Als dat ook uw idee van bekering is, doe gerust, ik hou u niet tegen, het Zwin is een uitstekende plek, maar ik denk wel dat Jezus hier iets anders bedoelt.

Bekeer u wil in de eerste plaats zeggen: “gooi je denken over een andere boeg”, “leer anders kijken”, “gooi de gedachten die je verhinderen echt te leven weg”, “sta op en loop”, “verrijs” en ook nog “zoals je dat voor jezelf doet, zorg er actief voor dat ook de anderen dat kunnen en mogen”.

Jezus illustreert dat met de parabel van de vijgenboom. Een boom die traditioneel symbool staat voor het joodse volk. De bewuste boom staat al een tijdje in een wijngaard en draagt geen vrucht. Hij put er alleen de grond uit en maakt dat ook de wijngaard verdort. Het zijn net de denkbeelden van daarnet die alle leven uit het volk weghalen, die ervoor zorgen dat de boom, het volk niets produceert dat het spreken waard is. Het zorgt er alleen voor dat er onderlinge twist ontstaat, dat groepen tegen elkaar worden opgezet en dat elkaar verwijten maken de norm is.
“Bekeer u” wil zeggen: draag vrucht, wees vruchtbaar. Een vrucht is voedsel waarvan anderen kunnen leven, een vrucht draagt zaden in zich die weer tot nieuw leven kunnen uitgroeien. Vruchtbaar zijn is net die dingen doen die tot leven wekken, die ervoor zorgen dat mensen zich terug kunnen oprichten, hun rug rechten, die ervoor zorgen dat mensen niet uitgesloten of gebrandmerkt worden, die ervoor zorgen dat iedere mens in zijn volle waardigheid mag leven.

En u heeft het misschien niet onmiddellijk gehoord, maar we krijgen er in dit verhaal meteen een handleiding bij met twee richtingwijzers.
De eerste: je moet radicaliseren. Wees gerust, ik gebruik dat woord alleen in zijn oorspronkelijke betekenis. Het woord komt van het Latijnse “radix”, wat wortel betekent. Het woord “radijs” heeft dezelfde oorsprong. Ik wil het hier niet over radijzen hebben, maar wel over het voeden van onze wortels, de tentakels waarmee wij, de vijgenboom, in de grond staan, de vaste grond, de weg waarlangs we voedsel en water kunnen opnemen. Zich bekeren is dus terug de wortels zoeken, naar de bron van het leven gaan, voelen vanwaar het leven komt, waarheid zoeken. En dat heeft duidelijk niets te maken met economisch gewin, want een vijgenboom extra bemesten zoals de wijngaardenier wou doen, ging tegen alle regels van de redelijkheid in, het was weggegooid geld, weggegooide moeite. En toch zou hij het doen.

En een tweede richtingwijzer: de God die zich hier laat kennen, net zoals in het verhaal van Mozes uit de eerste lezing is een barmhartige en geduldige God. Ik heb uw ellende gezien, ik heb uw klachten gehoord en ik heb gesproken. Ik ben u nabij. Ik ben er voor jou. En ik geef het niet zomaar op als jij de weg kwijtraakt. Dan nog zal ik er zijn. De vijgenboom krijgt nog een jaar respijt. Zich bekeren is dus ook: zich oefenen in barmhartigheid en geduld. Aanvaarden dat je misschien nooit het resultaat van je werk zal zien, maar erop vertrouwen dat het goed komt, eens en voor alle mensen.

Op zoek gaan naar de diepe wortels, naar voedsel dat echt leven geeft, geduldig en barmhartig, ik wens u een boeiende zoektocht toe in deze vastentijd.

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB