Viering Dominicanen Knokke 

Lucas 6,39-45

Wat ons op zondag uit het evangelie wordt voorgelezen, zijn vaak de verhalen over Jezus die tot de verbeelding spreken. Zo hoorden we de voorbije weken het verhaal van de wonderbare visvangst.
Vandaag brengt het evangelie ons een verzameling eerder losse gezegden van Jezus: “oneliners” zouden wij nu zeggen. Die waren voor de tijdgenoten blijkbaar zo beklijvend dat de evangelisten ze wilden bewaren.
Die losse uitspraken zijn ons vaak zo vertrouwd dat we nauwelijks nog stilstaan bij wat ze ons te bieden hebben. Bovendien zijn ze soms een eigen leven gaan leiden en zijn ze ahw een soort gemeenschappelijk erfgoed van wijsheid geworden. De uitspraken over de ene blinde die de andere leidt of de vergelijking over de splinter en de balk zijn zo’n gezegden.
Meestal werden en worden ze heel moraliserend geïnterpreteerd. Zo was vroeger in catechese en predicatie de vermanende toon nooit ver weg nl. stel je niet boven de ander, wees niet eigengereid, wees nederig. De focus lag meestal op het eigen tekort en geloof werd vandaaruit vaak verengd tot een ethiek waarin zonden altijd wel ergens op de loer lagen. In een traditioneel kerkelijke toelichting gaat al snel het vermanend vingertje omhoog.
Die moraliserende en belerende interpretatie wordt vaak bevorderd omdat de tekst gaandeweg los is geraakt uit zijn oorspronkelijke context. Klinkt de tekst anders als we kijken wat er in het evangelie van Lucas al aan vooraf gegaan is?

We lezen nu al enkele zondagen uit hoofdstuk 6 van Lucas. Het is een hoofdstuk dat bekend staat onder de naam “de vlakterede” van Jezus met als meest bekend onderdeel de zaligsprekingen: “Gelukkig jullie die arm zijn,…”
Wat Jezus in deze vlakterede herhaaldelijk aan zijn toehoorders voorhoudt, is de onvoorwaardelijkheid in het omgaan met de ander. Dat wil zeggen: je stelt geen voorwaarden waaraan de ander moet beantwoorden, je wil geen voordeel halen uit de relatie, je verwacht geen return. Voor de Joden was dit helemaal niet evident. Zo gold barmhartigheid in de eerste plaats voor het eigen volk, niet voor de vreemde en zeker niet voor wie jou niet welgezind was. Jezus doorbreekt dat radicaal. Zijn strafste uitspraak in dat verband hoorden we vorige week nog: “Heb je vijanden lief!”. Niet alleen de joden toen maar ook wij nu als volgelingen van Jezus schrikken van de radicaliteit van zulke uitspraak. Alle gevoelens in onszelf verzetten zich er spontaan tegen om van een vijand te moeten houden. Volgens Roger Burggraeve speelt in dergelijke forse uitspraken wat hij noemt de “ethiek van de buitensporigheid”. Het gaat er bij dergelijke uitspraken over mensen in hun denken weg te halen uit vastgeroeste patronen en beweeglijkheid te brengen in hun ethische keuzes.
Onvoorwaardelijkheid in het omgaan met de ander vraagt effectief veel beweeglijkheid. In eerste instantie vraagt het een vorm van humaniteit: de ander heeft recht op onze liefde niet omdat we hem graag zien, maar heel gewoon: omdat die ander een mens is.
Voor christenen is er daarnaast nog een andere grond die in hoofdstuk 6 eerder aan bod kwam nl. in vs 36: “Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is.”
Die boodschap leert ons dat we mogen leven vanuit de generositeit van onze god. God zegt vooraf niet hoe we moeten zijn, hij verwacht geen return. Zijn barmhartigheid houdt in dat hij met ons op pad gaat zoals we zijn.
Levert ons dit inzicht in die barmhartige god een andere kijk op bij de vergelijking met de splinter en de balk?...
We beseffen dat we wel degelijk gekneusde en gespleten mensen zijn die niet altijd broederlijk omgaan met wie naast ons leeft. Een beschuldigende vinger is hier snel opgestoken maar draagt vooral schuld aan, een aanvoelen dat niets laat bewegen in positieve richting.
De vergelijking over de splinter en de balk klinkt veel sterker en dynamischer als we het koppelen aan de grondtoon die Jezus aan god toeschrijft in zíjn omgang met de mensen nl. we hoeven onze gespletenheid in onszelf niet weg te duwen of te ontkennen. We kunnen integendeel onze verscheurdheid onder ogen zien omdat god ons zò en niet anders àl heeft aanvaard. Net daardoor maakt hij ons vrij om zelf ook barmhartig om te gaan met de ander. Als je vanuit het besef van eigen onvermogen met zachtheid kijkt naar het onvermogen van de ander, is de balk in je eigen ogen wel degelijk hinderlijk maar het staat humane omgang met elkaar niet in de weg.

Op 8 augustus vorig jaar hebben we in deze kerk met 14 mensen onze geloften afgelegd als lekendominicaan. Tijdens die dienst stelde de voorganger op bepaald moment aan ons de vraag: “Wat verlangt gij?” Het antwoord zoals dat in die verbintenisivering is voorzien, klonk: “Gods barmhartigheid en de uwe.”
Dat antwoord voert naar de kern van gods wezen: Hij ìs barmhartigheid. En het antwoord houdt meteen ook de belofte in dat gods barmhartigheid niet zweeft boven de wolken maar zich ook toont waar mensen barmhartig zijn voor elkaar. In dat bevrijdend perspectief van barmhartigheid raakt de gelijkenis over de splinter en de balk zijn beschuldigende vinger kwijt. Het voert de uitspraak terug tot waar ze haar dynamiek uit haalt: god erkent ons als verscheurde mensen maar hij herleidt ons niet tot die conditie. De enige boodschap is “Wees barmhartig”. Met die ingesteldheid kunnen we op onze beurt bevrijdend omgaan met wie naast ons leeft.

Jef Schoenaerts

 

Gebed

Onnoembare en Nabije

Uitdagend en verterend is uw woord
als gij ons vòòr houdt
hoe gij kijkt naar de mens:
met mededogen, wie hij ook is.

Uw woord maakt ons onwennig,
het dwingt ons om partij te kiezen
en wijst ons pijnlijk duidelijk
de donkerste kant aan in onszelf.

“Dat niet de duisternis ons overmeestert
Dat niet het laatste woord is aan de dood.”
Die hoop, dat geloof mag in ons leven
omdat Gij barmhartig zijt

Laat ons u dan noemen zoals reeds eeuwen.
Laat ons u danken om wie Gij zijt:
erbarmend, genadig, lankmoedig,
rijk aan liefde, rijk aan trouw
bewarend liefde
tot het duizendste geslacht.

Amen.

 

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB