28ste zondag B jaar

evangelie mc 10 17-30

Het zijn harde woorden die Jezus hier uitspreekt : ‘Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke in het koninkrijk Gods te komen... . Niet zonder reden spreekt Marcus twee keer over de verbijstering van de leerlingen: ‘Wie kan dan nog gered worden?'

Op de vraag van de rijke jonge man..." meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven...? zegt Jezus vandaag: 'Ga verkopen wat je bezit. Geef het aan de armen, daarmee zult ge een schat bezitten in de hemel, En kom dan terug om Mij te volgen.'

Jaren lang heb ik gedacht dat dit verhaal bedoeld was voor diegenen die priester wilde worden of kloosterling. Zo werd mij dit verhaal uitgelegd met daarbij de oproep: wil je echt Jezus volgen dan moet je afstand doen van alle bezit door de gelofte van armoede. Maar dat kan zeker de bedoeling van Marcus niet zijn geweest. Het is een in veel opzichten merkwaardig verhaal bestemd voor elke christen. vooraleer ik, samen met u, de tekst van naderbij bekijk ...Wat is dan zo merkwaardig?

Vorige week was er heel veel commotie rond het kunstwerk " het meisje met de rode ballon..." Een werk van 40 of 50 cm , van de Britse kunstenaar die werkt onder het pseudoniem Banksy. Het werd verkocht op Sotheby's voor bijna 1.2 miljoen euro.... En enkele seconden nadat de veilingmeester het werk had toegewezen , begonnen het kunstwerk zichzelf te vernietigen door een ingebouwde versnipperaar....die er reepjes papier van maakte....

Je kunt verschillende interpretaties of betekenissen geven aan dit "destructie" gebeuren... Eén ervan is zeker..de relativiteit van "bezit" ! Het is een aanklacht tegen de mateloosheid van een continu jacht op geld of bezit . Door de eeuwen heen , hebben kunstenaars heel dikwijls met hun creaties, de wereld een spiegel willen voorhouden... Soms confronterend, tot zelfs choquerend...!

In zijn beroemd verhaal: 'Hoeveel grond heeft een mens nodig?' vertelt de Russische schrijver Tolstoi het lot van de arme boer, die nauwelijks het levensnoodzakelijke bezat. Hij heeft het geluk van zijn leven omdat hij Een rijke groot grondbezitter ontmoet en die geeft hem de toestemming om zoveel grond te verwerven, als hij op één dag kan afstappen: van zonsopgang tot zonsondergang. Een enkele voorwaarde stelt de eigenaar: als de zon ondergaat moet hij precies op hetzelfde punt aangekomen zijn waar hij ‘s morgens vertrokken is. Dat maakt die arme boer overgelukkig. Hij zal geen hele dag nodig hebben om het stuk land af te stappen, dat hem rijk zal maken... Vol moed gaat hij op weg, kalm en rustig. Maar na een tijdje stappen, overvalt hem de gedachte om die uitzonderlijke kans toch maar volledig uit te buiten en zoveel mogelijk grond in zijn bezit te krijgen. Dromend over de nieuwe rijkdom en de nieuwe mogelijkheden stapt hij sneller en sneller. Dikwijls kijkt hij naar de stand van de zon om het bepaalde tijdstip van aankomst niet te missen. De kring wordt steeds groter: hier nog een stuk grond, daar die vijver en ook nog dat bosje. Zijn stap wordt haastiger , zijn benen doen pijn, zijn adem stokt, het angstzweet staat op zijn voorhoofd. Een laatste krachtinspanning en... hij heeft zijn doel bereikt, juist bij het licht van de ondergaande zon. Dat machtig stuk land zal hem toebehoren... ! Maar..., plotseling valt hij neer en sterft. AL de inspanning en de uitputting waren te veel geweest. Zijn hart kon dit niet meer dragen. Hij werd tenslotte begraven op zijn eigen kleine stukje grond...

'Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?' De rijke jongeling is blijkbaar geen materialist.. De grote levensvragen houden hem bezig. Hij weet dat de bestemming van de mens niet ligt in rijkdom en bezit, en dat het leven niet eindigt met de dood. Er is eeuwig leven. De grote vraag is hoe hij dat kan vererven. Met die vraag gaat hij naar Jezus, de betrouwbare leraar.

Jezus verwijst onmiddellijk naar de geboden. Die zijn haast allemaal negatief geformuleerd: gij zult niet doden, geen echtbreuk plegen, niet stelen enzovoort. Ze geven als het ware een onderste grens aan. Maar voor die man vormt dat geen probleem. Hij kan met een gerust geweten zeggen dat hij van kindsbeen af al die geboden onderhouden heeft. De man is ‘in orde'. Hij leeft in overeenstemming met de voorschriften van zijn godsdienst en is dus op weg naar het eeuwige leven. Dat hij rijk is, doet verder niet ter zake.

De vragen zijn beantwoord. Hier had het gesprek kunnen eindigen. Maar het krijgt een heel nieuwe wending door dat ene zinnetje: ‘Jezus keek hem aan en ging van hem houden.' Tot nu toe spraken de beide mannen over voorschriften, over de wet: het was zakelijk. ( in die tijd was het voor een vrome Jood trouwens voldoende om de Thora te onderhouden ! ) Maar nu wordt alles anders. Over de voorschriften heen grijpt nu een persoonlijke ontmoeting plaats. De godsdienstigheid is nu niet langer alleen een kwestie van geboden en verboden. Ze wordt nu ontmoeting met Iemand. Waar Jezus eerst van zichzelf weg verwees naar de wet, treedt Hij nu zelf met een liefdevolle blik op de man toe. Ook nu zegt Jezus niet: ‘Man, het is slecht dat je rijk bent.' Wel wil Hij duidelijk maken: ‘Als je met Mij mee wilt, moet er met dat bezit van jou iets gebeuren.

Anders gezegd: door liefdevol naar de man te kijken doorzag Jezus waar hij vast zat, vandaar dit advies. Jezus vraagt tegen de mening van de rabbijnen in iets heel nieuw te proberen.
Ik wil hierbij opmerken dat wat Jezus vraagt geen universele voorwaarde is. De man vroeg heel concreet ‘wat zou ik persoonlijk moeten doen’. Er zijn andere roepingverhalen waar Jezus een ander advies geeft. Bijvoorbeeld lezen we dat Simon en Andreas wel leerling worden maar hun huis behouden (1,29). Levi wordt alleen maar aangespoord zijn beroep te verlaten.

De vraag achter het verhaal is ruimer en gaat uiteindelijk over "loslaten" en echte beschikbaarheid. Ben ik materieel maar ook geestelijk beschikbaar voor de uitnodiging die Christus mij stelt. In welke mate kan en durf ik loskomen uit een vastgeroest patroon en maak ik mij beschikbaar voor die nieuwe tijd, dat nieuwe leven dat Jezus droomde over de mensheid? Misschien moeten we allemaal ons terugtrekken in onze binnenkamer en die vraag opnieuw in alle eerlijkheid stellen in de hoop dat Jezus ook ons liefdevol aankijkt ..

Beste vrienden. Er wonen twee "ik" personen, twee"ikken" in de mens...: het kleine egoïstische IK en het waarachtige . Binnen de begrenzing van het kleine ik, verstik je, heb je ademnood , heb je het benauwd. Het waarachtige "ik" is diep als een afgrond, uitgestrekt als een steppe, je ruikt er het parfum van Christus dat je ter gelegenheid van het doopsel ingestort werd. Heel de inzet van ons christelijke , geestelijke leven , bestaat erin over te gaan van de oppervlakte persoonlijkheid naar het diepe wezen dat Sint Petrus " de verborgen mens van het hart" noemt. En Sint Paulus " het innerlijke bestaan". Deze verborgen , innerlijke persoon is ons meest waarachtige , diepste en meest geheime werkelijkheid...

De Franse dichter Arthur Rimbaud, zegt " IK, is een andere... " Onze innerlijkheid wordt bewoond door een andere Persoon. Heel de bijbel getuigt van het bestaan van deze door God bewoonde innerlijkheid: de mens is de tempel van de Geest; Christus woont in hem/haar...

Augustinus heeft hieraan de mooiste bladzijden van zijn Belijdenissen gewijd.." "Laat heb ik u liefgekregen, o schoonheid, zo oud en zo nieuw, laat heb ik U liefgekregen...En Gij waart binnen en ik was buiten, en daar zocht ik U, en ik rende op de schone dingen af die door U gemaakt zijn. Gij waart bij mij en ik niet bij U. Ik werd ver van u gehouden door dingen die niet bestaan zouden hebben, als ze niet in U bestaan hadden.....

Dit evangelie laat je niet los... de verbijstering van de apostelen en ook van ons is groot .."Wie kan dan nog gered worden ?" Dan komt het verlossend antwoord ... "voor God is alles mogelijk..."

tot slot , wil ik nog eens terugkeren naar het kunstwerk "het kleine meisje met de rode ballon" Er is immers nog één detail die ik u niet heb vermeld in het begin van mijn verhaal nl. de rode ballon in de handen van het kleine meisje is in de vorm van een HART !

Wij dragen de hemel in ons hart....want " voor God is alles mogelijk " !

guido verhaeghe oktober 2018

 

 

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB