Twintigste zondag door het jaar (B)

1.
Er was de laatste tijd weer heel wat te doen rond bepaalde voedselketens: over wat heilzaam is voor de gezondheid en wat niet; over wat je best niet op tafel brengt of wat je heel regelmatig op je menu plaatst omdat het gezond en krachtig is. Hier kom je ook zondag na zondag als genodigden om deel te nemen aan wat wij noemen ‘de Maaltijd van de Heer’. Het voedsel dat je hier wordt aangeboden, is noodzakelijk om je christelijk stand te houden en vruchten te laten voortbrengen.

Het is –zoals het boek der Spreuken zegt – de (goddelijke) Wijsheid die ons hier samenbrengt. Zij heeft voor ons een huis gebouwd, een huis met zeven zuilen (vgl.Spr.9,1). Mogen wij hier denken aan dit kerkgebouw en aan de zeven sacramenten die de grondstenen zijn van ons samen Kerk zijn ! Hier staat de tafel gedekt, het brood om onze honger te stillen, de wijn om onze dorst te lessen.

2.
Maar er is meer dan het voedsel en de drank op de tafel. Er is ook het woord, de oproep om de weg van de wijsheid te bewandelen (vgl. 9,6). Zo is het telkens wanneer we als gezin, als verwanten of vrienden bij elkaar komen voor een maaltijd. Er zijn niet enkel de gerechten die op tafel komen maar ook – en even belangrijk – de woorden die de aanwezigen met elkaar verbinden. Woorden worden gesproken en beluisterd, ze brengen troost en bemoediging, ze drukken vriendschap en genegenheid uit, ze verstevigen de onderlinge band. Ze zijn levenwekkend en ze geven leven.

Ik denk aan een arbeider die zwaar werk verricht. Natuurlijk ziet hij uit naar zijn rechtmatig loon. Maar heeft hij er niet evenzeer nood aan dat de werkgever eens voorbijkomt, zijn dank en waardering uitspreekt voor wat die arbeider presteert ! Een bemoedigend woord, ‘n schouderklop, ‘n uiting van bewondering: het kan wonderen doen. Woorden en gebaren die leven geven!
Of een ander voorbeeld: ik was ooit op bezoek bij een bejaard koppel. Het was de 2e januari. Ik informeerde terloops naar de dochter die al langer het ouderlijk huis had verlaten. De bejaarde ouders kregen de tranen in de ogen . Het was al de tweede nieuwjaarsdag en de dochter had nog niets van zich laten horen. De ouders hunkerden naar een woord, een wens, een bezoekje.
Wat kunnen woorden kracht hebben. De maaltijd is vaak de plaats en de gelegenheid tot echte communicatie. Hij betekent zoveel meer dan enkel eten en drinken. Mensen komen via het woord dichter bij elkaar. Maar woorden kunnen ook verwijdering veroorzaken, pijnlijke wonden aanbrengen die sporen nalaten voor de rest van het leven. De profeet Amos laat ergens God zeggen: ‘ Ik zal honger brengen in het land, geen honger naar brood, geen dorst naar water, maar honger en dorst om het woord van de Heer te horen’ (Amos 8,11). Jezus zelf herinnert aan dit gezegde uit het Oude Testament, waar Hij zegt: ‘Niet alleen van brood leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt’ (Mt.4,4).

3.
Vandaar dat er op de eucharistische spijskaart altijd twee gangen voorzien zijn. Wij spreken van ‘de Tafel van het Woord’ en van ‘de Tafel van het brood’. De woorddienst hoeft niet altijd uit te monden in de eucharistische maaltijd, maar andersom is de eucharistieviering niet denkbaar zonder de dienst van het Woord. De uitreiking van brood en beker is niet denkbaar zonder de dienst van het woord. We zijn soms te eenzijdig gericht op de zogenaamde consecratiewoorden. Zeker ze zijn het zogenaamde paswoord van het hele gebeuren. Maar ze zijn geen toverwoord. Het ritueel van nemen, danken, breken en delen zou toch maar een loos gebeuren zijn, een lege doos, als het niet telkens werd teruggeplaatst op de achtergrond van het levensverhaal van Hem die zichzelf restloos heeft uitgedeeld en ons dit ritueel heeft toevertrouwd om Hemblijvend te gedenken. En dat is precies het doel van de verkondiging van de Schriften.

4.
Tenslotte nog dit: de formule die door de bedienaar wordt uitgesproken bij de uitreiking, luidt: ‘Lichaam van Christus’ en ‘Bloed van Christus’. De communicant antwoordt volmondig: ‘Amen’. Het betekent allereerst een geloofsbelijdenis, een erkenning van Jezus’algehele zelfgave. Maar het betekent ook (en daar zijn wij ons al te weinig bewust van): ‘Gij zijt (wordt) lichaam/ bloed van Christus’. Door onze deelname aan deze maaltijd worden wij (sterker) opgenomen in het lichaam van Christus dat de Kerk is, worden wij er de levende ledematen van. Wij aanvaarden de opdracht op onze beurt te leven ten bate van het leven van de wereld (vgl.Joh.6,51. Daarom is er in het grote dankgebed niet enkel sprake van het consacreren van brood en wijn door de kracht van Gods heilige Geest maar ook van het bidden dat Gods Geest over ons mag komen, ons telkens weer mag ‘reanimeren’: ‘Raak ons met het vuur van uw Geest en breng ons elkaar nabij’ (euch.gebed 3 A).


Het Zoute, 19.08.2018

Peter D’Haese

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB