Jullie zijn mijn moeder en mijn broers

lezingen : Marc. 3, 20 - 35 10 Juni 2018
Kor. 4, 13 - 5, 1

Het evangelie dat we zonet beluisterd hebben speelt zich af in het tempelgebouw. Jezus houdt er geen toespraak maar discuteert er met zijn tegenstanders. Er heerst een gespannen sfeer. De spanningen tussen joden en christenen is groot. Dit had te maken met de verloedering van de godsdienst. Jezus had trouwens al eerder de wantoestanden en de schijnheiligheid aan de kaak gesteld: “ Mij huis is een huis van gebed, en jullie hebben er een rovershol van gemaakt.” En ook nog: “ Breek deze tempel af en in drie dagen zal ik die heropbouwen.” De sfeer is dus hooggespannen. Ondertussen waren zijn moeder en zij broers Hem komen halen. “ Zij zoeken u “ zeggen zijn toehoorders. En jezus repliceert met een vraag : “ Wie is mijn moeder? En wie zijn mijn broers? “ En Jezus beantwoordt zelf zijn vraag. Zijn antwoord is kort en krachtig: “ Zij die de wil doen van God, die zijn mijn broers, mijn zuster en mij moeder.” Dit antwoord van Jezus is vandaag ook tot ons gericht.

Waartoe daagt deze uitspraak ons uit? En wat zijn de consequenties vanuit ons geloof in verbondenheid met Jezus die vandaag tot ons spreekt en onomwonden zegt: Die zijn mijn broers en mijn zuster en mijn moeder die de wil van God doen.

Het is de uitdaging waartoe het evangelie vandaag ons oproept. De ware God openbaart zich in ons doen en laten, in ons handelen. In de onderlinge goedheid en de zorg van mensen aan de andere besteed. Broederlijkheid is de plek waar de liefde van God zich concretiseert. Broederlijkheid is niet vanzelfsprekend. Zorg dragen voor het welzijn van de ander is geen natuurlijke toestand maar voor alles een ethische opgave.

Als mensen zijn we geroepen om elkaars broeder en hoeder te zijn. We beseffen dat dit niet eenvoudig is. Soms onmogelijk als we de spanningen, de jaloezie en de woede die onder mensen leeft niet ernstig nemen. Het is niet de meedogenloosheid die eerst komt, maar de verbondenheid. Verbondenheid is in eerste instantie een ethische roeping. Mensen kunnen eraan verzaken en meedogenloos worden. Zoals in het verhaal van Kaïn die zijn broer Abel vermoord.

De ziel van broederschap en verbondenheid is voor ons gelovigen God. De mens krijgt de opdracht om zichzelf voortdurend te vormen naar Gods beeld. De mens is zijn plaatsvervanger. Het is God die ons geschapen heeft dat we naar de ander toegekeerd zijn en met elkaar verbonden zijn als broeder en hoeder. God is de ziel in ons. De Geest die bezield is de liefde Gods in ons, waardoor we naar elkaar gekeerd staan en opgeroepen worden om elkaars hoeder te zijn.

De uitspraak van Jezus: “ Zij die de wil doen van mijn Vader, die zijn mijn broers , mijn zuster en mijn moeder “ biedt ons geen keuze tussen twee samenlevingsmodellen. Enerzijds een model waarbij we met elkaar verbonden zijn als broeders en zusters en zo naar elkaar toegekeerd staan. Of anderzijds een model waarbij we een bedreiging vormen voor elkaar en ieder voor zich leeft.

Laten wij alvast gehoor geven aan die stem die in ons spreekt van broederlijkheid en zusterlijke omgang. Jezus toont het ons en gaat ons voor in zijn manier van omgaan met mensen. Zo worden wij uitgenodigd om Jezus liefdevolle omgang met mensen en zijn genadevolle kijk tot de onze te maken en te ontdekken wat écht leven is. Slechts broederschap zal ons doen leven als een kracht die overwint van dag tot dag meer en meer

Wittevrongel Maria

 

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB