Zondag 18 maart 2018

 

We zijn bijna aan de ontknoping toe. Straks komt Jezus aan in Jeruzalem voor de viering van het paasfeest. Herdenking van de bevrijding uit het slavenhuis van Egypte. Het is ieder jaar weer een massa-gebeuren. Met een bijzonder geladen sfeer. De Romeinen zijn op hun qui vive, enkele aanhangers juichen Jezus toe als Messias, de priesterkaste voelt zich bedreigd. Hier opschudding veroorzaken kost je het leven. Dat beseft Jezus ook. Het is geen noodlot dat hem onverhoeds overvalt. Het is de uitkomst die hij moet verwacht hebben.

Johannes, de evangelist, legt hem zo veel jaar later deze woorden in de mond. Over de graankorrel die moet sterven. Maar wiens dood niet vruchteloos is. Hij schrijft zijn evangelie op het einde van de eerste eeuw, ruim 60 jaar na Jezus’ dood. Hij heeft in die tussentijd heel wat meegemaakt. Hij heeft vooral gezien hoeveel druk er is vanwege de Romeinse samenleving, die niet overweg kon met deze zogeheten christenen. Zij zijn een  lastpost. Ze doen niet mee met het maatschappelijke en sociaal leven van de Romeinen. Christenen gaan niet naar de gladiatorengevechten, houden zich afzijdig van de circusspelen, en doen vooral niet mee met de cultus van de keizer die zich als een god laat vereren.
Deze afzijdigheid plaatst het vroege christendom in een negatief daglicht. De beschaafde Grieken en Romeinen beschouwen haar als minderwaardig. Als een godsdienst die komt van buiten de beschaving. Een allegaartje van armen, Joden, van slaven en vrouwen die iemand vereren die de meest oneervolle dood is gestorven die maar denkbaar is.
Maar … ze vallen op. Hun ideaal is vrijheid en gelijkwaardigheid voor allen. Voor de Romeinen moet zoiets geklonken hebben als een donder uit de hemel.
Christenen vormen inderdaad een contrast in de samenleving. Zij geloven dat de zachte krachten zullen winnen in ’t eind. Zo zegt het Henriette Roland Horst en een van haar beroemd geworden gedicht uit 1918. Nederlandse activiste is zij betrokken bij de arbeidersbeweging in het begin van vorige eeuw. Aanvankelijk communiste kiest zij uiteindelijk voor een religieus mens- en wereldbeeld. Die zinsnede uit haar gedicht is een geloofsbelijdenis. Zij drukt een overtuiging uit die best mag meeklinken in het maatschappelijk debat van onze dagen. Zoals de christenen in de beginperiode van het christendom hùn mening hadden over de publieke gang van zaken, zo mag het ook vandaag.
Of het iets te betekenen heeft in deze wereld? Iets uithaalt? De economie bepaalt toch alles. Zij heeft de macht. Haar zetbazen leven ook niet in deze wereld. Ze leven in beschutte paleizen, achter hoge muren. Ze worden niet beroerd door de kinderlijkjes in Oost Ghouta. Ook niet door de spiraal van geweld in Oost Congo. Het gaat om economische macht. Om financiële macht. Overal en altijd.
Daarom juist moet die contraststem blijven klinken. Omwille van de menselijkheid van onze wereld. De zachte krachten zullen zeker winnen in het eind. We zeggen dat niet als een soort Ersatz, of als vlucht, maar als diepe overtuiging. Het kan niet zijn dat macht en geld, geweld en oorlog het laatste woord hebben. Er zijn ook zachte krachten die niet klein te krijgen zijn.
Het is deze week twee jaar geleden dat op 22 maart de aanslag in Brussel plaats vond. Onvergetelijk is de reactie van Mohammed El Bachiri, Marokkaanse Belg uit Molenbeek, die zijn echtgenote Lubna verloor in de aanslag. Hij roept op tot een jihad van liefde. Een jihad die geen haat kent, een jihad van liefde als antwoord op diegenen die angst en verwarring zaaien. Een jihad die aanzet naar de ander te gaan, de broeder die anders is, om hem toe te lachen, te begrijpen en empathie te tonen. Een jihad van liefde als antwoord op zij die verdeeldheid willen zaaien en geweld en terrorisme propageren.
Ze zijn er: de zachte krachten. Vaak zijn ze nauwelijks zichtbaar. Maar ze zijn er. De contacten die bestaan tussen christenen en moslims die samen bidden. Sinds jaren zijn er mensen uit verschillende religies die samenkomen en zoeken naar onderlinge verstandhouding. Ook zij trekken een rode draad in onze geschiedenis. Het neemt niet weg dat er veel onmacht is. Maar er is zaad dat gestrooid wordt en dat vrucht draagt. Er is in Congo een kerk die blijft geloven. Een kerk die het ideaal van vrijheid en gelijkheid voor allen niet opgeeft. Mogen ook wij daadwerkelijk geloven in de overmacht van de zachte krachten.

Ignace D’hert o.p.

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB