Preek 3e Vastenzondag 

Ex. 20, 1-17
Joh. 2, 13-25

Velen onder ons herinneren zich wellicht nog uit de oude catechismus de korte, snedige formuleringen van de tien geboden.

“Bovenal bemin één God.
Zweer niet ijdel, vloek noch spot.
Heilig steeds de dag des Heren.
Vader, moeder zult gij eren.
Dood niet, geef geen ergernis.
Doe nooit wat onkuisheid is.
Vlucht het stelen en bedriegen.
Ook de achterklap en ’t liegen.
Wees steeds kuis in uw gemoed
En begeer nooit iemands goed.”






Ruim 70 jaren geleden werd de Mechelse catechismus dé probate handleiding voor het katholieke godsdienstonderricht. In 447 vragen en antwoorden werd daarin de hele christelijke geloofsleer en moraal behandeld. In die catechismus kwamen de tien geboden in veertig vragen aan bod. Dat alles komt ons nu wellicht over als een overblijfsel uit de prehistorie van het christelijk geloofsonderricht.

Spontaan vragen wij ons af hoe wij als moderne mensen de archaïsche voorschriften, duizenden jaren geleden ontstaan, moeten begrijpen voor onze hedendaagse wereld. Wat kunnen de tien geboden voor ons nog te betekenen hebben? We mogen aannemen dat de Tien Woorden uit het oude Bijbelboek Exodus zich tot de hele mensheid richten omdat ze gaan over de voorwaarden voor het behoud en de eerbiediging van het menselijke. We mogen in de Tora, die aan Mozes werd gegeven een ”vingerwijzing”, een “onderrichting” , een “levensleer” zien die een beroep doet op iedereen ongeacht volk, geloof of culturele traditie. In deze zin beperkt de invloed van de Tien Geboden zich niet tot de drie godsdiensten die terug gaan op Abraham, jodendom, christendom en islam.

De tekst uit Exodus brengt ons bij het fundament waarop de formuleringen uit de oude Mechelse Catechismus gebaseerd zijn. De Tien Woorden, ook wel Decaloog genoemd, waren voor het volk Israël een richtsnoer voor hun verhouding tot hun God en tot hun volksgenoten. Hoe dit volk zich tot God verhield en hoe de Israëlieten onderling met elkaar omgingen: deze beide aspecten zijn in de Tien Woorden aan de orde. Op dat fundament kan ook nu worden gebouwd aan een wereld, een samenleven naar Gods hart. Ook al is onze wereld heel anders dan de toenmalige waarin de woorden uit het boek Exodus hun schriftelijke neerslag hebben gevonden. Wij kunnen Gods betrokkenheid op de mens beantwoorden door een zinvolle, eigentijdse interpretatie van deze tien fundamentele woorden na te streven en dienovereenkomstig ook te leven. Zoals ooit Israël deze woorden ten leven heeft beleefd als kostbare levensnorm en richtinggevende wegwijzer.

In de veertigdagentijd houdt de tekst uit Exodus ons waarden voor die ons attent maken voor de zwakke en kwetsbare plekken in ons leven en in de wereld. De tien Woorden houden een visioen voor van een humane samenleving. De realisering daarvan wordt telkens weer aan mensen toevertrouwd. Ook nu kunnen ze richtingwijzers zijn, bezielende, ethische levensregels voor onze verhouding tot God en tot onze medemensen. Door ze zo te beleven geven wij aan dat de tien woorden ook in deze tijd duurzaam vruchtbaar kunnen zijn. Of zoals iemand het ooit omschreef : De Decaloog is ook bedoeld als ruggengraat van elke menselijke samenleving.

Tot slot een korte meditatie bij de Tien Woorden.

Al zoveel moet ik van mezelf,

moet ik dan ook nog wat van U?

Ik stoot op woorden van graniet :

gij zult niet zus, gij zult niet zo.

Wat moet ik met die stelligheid? 

 

“Laat uw woorden liever pijlers
worden van een huis, waarin ik
wonen kan. Zie hoe ik probeer
te bouwen in uw geest : een hart
waarin liefde bedding vindt.
Uw woorden rol ik voor mij uit
zoals een loper waarop de
toekomst open ligt, of als een haag
van bomen plant ik ze langs
de weg die ik met U wil gaan.

 

 

 

 

 

 Beluister de

 jubileumhymne

 

 

 

 

 

Jean Mossoux 

 

 

 

 

De Dominicaanse gemeenschap in Knokke

Sint-Dominicushuis | Sparrendreef 91 | 8300 Knokke-Heist

T 050 60 24 55 | E Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.IBAN BE36 7380 1199 5181 | BIC KREDBEBB